Tuscany - Trail

7 dagen Gravelbike-packing in Toscane
van 1 maart tot 13 maart


De Tuscany Trail is een bekend bikepacking evenement en vindt jaarlijks plaats in mei in Toscane. (Bekijk hier de officiële website)
Dit self-supporting gravel-avontuur, is ongeveer 450 km lang en kent een hoogteverschil van 5300 meter.
De route voert langs de mooiste plekjes van Toscane. Met 6000 inschrijvingen is de Tuscany Trail het grootste gravel-event ter wereld.

Voor het officiële evenement in mei zal ik me niet inschrijven; ik heb mijn eigen variant gecreëerd met enkele extra lussen. Daarnaast heb ik de moeilijkste stukken verwijderd omdat ik geen zin heb om door rivier-oversteken te waden of door modder te ploeteren. Bovendien ben ik afhankelijk van de startlocatie: een camping als basecamp waar ik mijn camper een week kan parkeren.

Mijn persoonlijke Tuscany Trail is dus gebaseerd op het oorspronkelijke parcours, maar is 50 km langer en gespreid over 7 dagen.
Een pure self-supporting-bikepacker ben ik ook niet want kies ik ervoor om in hotels te slapen, op mijn leeftijd is een tentje niet meer aan de orde.
Ik heb specifiek gekozen voor de eerste twee weken van maart, zodat ik mijn tocht kan combineren met de Strade Bianche op zaterdag 7 maart. Bovendien wordt er goed weer voorspeld, dus waarom nog langer wachten?

 

Mijn afgelegde route wordt uiteindelijk  442 km en 7.241 hoogtemeters.
De oorspronkelijk geplande route van 500 km heb ik moeten inkorten wegens een zware verkoudheid.

Rit 1: Pomarance - Riotorto
78.6 km  -  890 hm


Rit 2: Riotorto - Paganico
97.3 km  -  681 hm.

 

Rit 3: Paganico - San Quirico d'Orcia 
65.3 km - 1.703 hm.

 

Rit 4: San Quirico d'Orcia - Asciano
39.7 km - 575 hm.

 

Rit 5: Asciano - Monteriggioni 
55 km - 1.102 hm.

 

Rit 6: Monteriggioni - Volterra
47.4 km - 1.126 hm.

 

Rit 7: Volterra - Pomarance
58.7 km - 1.166 hm.

Mijn basecamp waar ik de camper een week zal laten staan bevindt zich in Pomarance, een eind buiten het officiële 'TuscanyTrail'- parcours. Het was een beetje zoeken maar de boerderijcamping Agricampeggio Il Colono is een goede en veilige locatie.
Het is 1.350 km er naartoe en ik zal het relax doen in 3 keer.


Zondag 1 maart

Harelbeke - Andlau: 560 km
Overnachting: Aire Camping-Car Park - Andlau (€ 16)


Vanmiddag vertrek ik met de camper en rijd ik via Luxemburg naar de Aire Camping-Car Park in Saint-Avold.

Maar de reis verloopt zo soepel dat ik besluit nog 150 km verder te rijden naar Andlau, waar ook een Aire Camping-Car Park te vinden is.
Deze prachtige camperplaats ligt vlak naast het centrum van het stadje, omringd door wijngaarden en bossen, in het adembenemende landschap van de Elzas.


Maandag 2 maart

Andlau - Milaan: 450 km
Overnachting: Camping Village city of Milan - Milaan (€ 24,5)


Vandaag is mijn doel een camperpark ten zuiden van Como, net over de Zwitserse grens.
Ik had echter mijn internet afgesloten in Zwitserland, en voordat ik een parkeerplaats in Italië heb gevonden, ben ik al een flink stuk voorbij de camperplaats Como-Sud. Gelukkig heb ik een camping ontdekt aan de grote ring van Milaan. Niet alle online beoordelingen zijn even positief maar veiligheid primeert voor mij. Er is een  groot afgesloten hek en dat stelt me gerust.


Dinsdag 3 maart

Milaan - Pomarance: 370 km
Overnachting: Agricampeggio Il Colono - Pomarance (vraagprijs € 21 per nacht)


De drukte rond Milaan is merkbaar, maar gelukkig blijven files uit, wat al een positief punt is.

De route van Parma naar La Spezia via de Apennijnen biedt een schilderachtig uitzicht over ongeveer 120 km en verbindt de Povlakte met de Ligurische kust. Helaas laat de staat van deze weg veel te wensen over; mijn dashcam registreert continu noodvideo’s, niet door een botsing of een schok, maar simpelweg vanwege de talloze putten in het wegdek.

Aangekomen op camping Il Colono in Pomarance word ik verwelkomd door de eigenaar, die een soort Christusfiguur lijkt.

Terwijl hij druk in de weer is met het aanleggen van ondergrondse leidingen, kijkt zijn hond nieuwsgierig toe terwijl ik mijn fiets klaarmaak.

Het blijft altijd een uitdaging om de bagage efficiënt in te pakken zonder teveel mee te nemen. Toch zal ik zeker voldoende warme kleding meenemen, vooral omdat ik een lichte verkoudheid heb en ervoor wil zorgen dat het niet erger wordt.

Fiets klaarmaken... De hond, rechts onder de boom, is mijn toeschouwer

klik op de afbeeldingen om te vergroten


Woensdag 4 maart - La Grande Partenza! 

Pomarance - Riotorto: 78.6 kilometers  - 890 hoogtemeters
Overnachting: B&B Vento e Mare (€ 60 incl. ontbijt)
Dinner: Ristorante Il Tarlo Di Turchi Simone (€ 48,5)


De start van mijn avontuur loopt de eerste 50 kilometer over golvende asfaltwegen, op een constante hoogte van ongeveer 400 meter.
Deze regio vormt het kloppende hart van de Italiaanse geothermische energieproductie, met indrukwekkende natuurlijke stoomgaten en geothermische centrales.
Na 30 kilometer bereik ik Canneto, een charmant stadje dat bekend staat als een "onontdekte" parel, vrij van massatoerisme. Hier besluit ik een picknickpauze te nemen.
Ik zit op de trappen naar de oude stad en geniet van mijn boterham wanneer er plotseling een dame met een grote hond naar beneden wandelt. De hond snelt direct naar mijn tweede boterham, die naast me ligt, en begint er nieuwsgierig aan te snuffelen. De dame is zichtbaar in de war en verontschuldigt zich uitvoerig.

Na 50 kilometer kom ik aan bij de eerste gravelstrook: een steile afdaling van 5 kilometer die me bijna op zeeniveau brengt. Tijdens de afdaling heb ik echter het gevoel dat mijn voorrem druk verliest, terwijl mijn achterrem meer grip biedt. Dat kan een probleem worden...
De laatste 10 kilometer is biljartvlak, en leidt me naar de B&B Vento e Mar  in Riotorto. Daar word ik hartelijk ontvangen door de gastvrouw, die me rondleidt in haar  onberispelijke accommodatie.

Vanavond ga ik eten in restaurant Il Tarlo Di Turchi Simone in het centrum van Riotorto op een kleine kilometer van de B&B. Het is het enige restaurant dat open is en scoort meer dan behoorlijk.

Overal in de streek vallen de leidingbuizen op, deze brengen de stoom naar de vele geothermische centrales.

Lunchpauze in Canneto, waar een hond bijna weg was met mijn boterham.

Een lange steile afdaling over moeilijke grintpaden

B&B Vento e Mar


Donderdag 5 maart

Riotorto - Paganico: 97 kilometers  - 680 hoogtemeters
Overnachting: Hotel Relais Santa Genoveffa  - (€ 111 incl. ontbijt en dinner)
Dinner: Hotel Santa Genoveffa (halfpension formule à  € 111 )


Mijn voorrem functioneert niet meer naar behoren, en ik kan het probleem zelf niet verhelpen. Om voorbereid te zijn, heb ik gisteravond enkele fietsenmakers opgezocht.
In Follonica, op ongeveer 10 km van mijn startpunt, bevindt zich Super Natural Bike, een grote fietsenwinkel met uitstekende reviews.
Het is druk in de winkel als ik er aankom maar een vriendelijke mechanieker kan mijn probleem meteen beoordelen. Mijn vrees blijkt waar te zijn: het rempompje is defect. Gelukkig heeft hij dit onderdeel op voorraad en kan hij het meteen installeren, en na ongeveer een uur is mijn rem weer perfect in orde.
Ik betaal 79 euro, inclusief onderdelen en werk, wat zeker een redelijke prijs is. Bovendien ontvang ik zelfs enkele energierepen gratis!

Ik verlaat Follonica met een goed gevoel. "Vertrouw geen Italianen" zong Raymond van het Groenewoud indertijd, een satirische stelling die vandaag volledig ontkracht is.
Ik fiets verder op de kust-fietsroute Ciclovia Tirrenica, een route van Ventimiglia (Franse grens) naar Rome. Ik kom op een prachtig gravelpad in een dennenbos dat kronkelend de kust volgt en prachtige uitzichten biedt.

Super Natural Bike,  super behulpzaam, vriendelijk en snel! 

 De Ciclovia Tirrenica, met een prachti traject van 8 km aan de ongerepte kust.

Na de prachtige kustroute fiets ik richting de SP 158, de hoofdweg die ik 15 kilometer moet volgen tot aan Castiglione della Pescaia. Net voordat ik deze weg op wil rijden, zijn ze bezig met het aanbrengen van nieuw asfalt. Ik probeer over het verse asfalt te rijden, maar krijg een flinke uitbrander van de man op de asfaltwals. Na even bezinnen is er maar één oplossing: te voet door het natte veld krasselen.

Na de lange, eentonige hoofdweg arriveer ik in Castiglione della Pescaia, een schilderachtig middeleeuws stadje en populaire badplaats in de Toscaanse Maremma.
Ik verlaat de kust en fiets noordwaarts door het golvende binnenland. Het is nog 56 km naar Paganico, en de laatste 15 km beloven een uitdaging te worden met veel gravelpaden. Door wat tijdverlies bij de fietsenmaker in Follonica, begint de tijd te dringen. Ik besluit de laatste en moeilijke gravelstrook te skippen en kies voor de asfaltweg.
De normale weg naar Hotel Santa Genoveffa is druk, maar er is ook een gravelweg vanuit het centrum van Paganico die aan de achterkant van het hotel uitkomt. Deze route is echter in erbarmelijke staat en kan gerust als de kers op de taart van de dag worden beschouwd.

Er is weinig beweging in het hotel en 's avonds bieden ze mij een soort half pension-menu aan dat heel eenvoudig maar heel lekker is: Pappardelle al ragù als voorgerecht en Tagliata di manzo als hoofdgerecht.

Na een uitbrander van de werklieden te voet door het gras en het onkruid...

De"weg" naar het hotel...


Vrijdag 6 maart

Paganico -San Quirico d'Orcia : 65 kilometers  - 1700 hoogtemeters
Overnachting: B&B Antica Sosta  (€ 82 incl. ontbijt )
Dinner: La Bottega di Ines ( € 42 )


Ik heb het gevoel dat mijn verkoudheid er niet beter op wordt. Deze morgen is het fris en ik zal me maar wat extra aankleden.

Na gisteren de langste rit te hebben gefietst, staat vandaag de lastigste etappe op het programma. Op papier is het slechts 65 km met 1500 hoogtemeters, maar in werkelijkheid zal ik vanavond uitkomen op 1700 hoogtemeters.

Het avontuur begint al goed: na 6 km staat er al een "Amuse-gueule" op het menu; een klim van anderhalve kilometer naar het dorpje Sasso d'Ombrone.
Het klimmen verloopt niet helemaal soepel, en ik heb het gevoel dat mijn tubeless banden wat te zacht zijn. Tijd om ze op te pompen, maar helaas, mijn trouwe pomp die me altijd van dienst is geweest, werkt niet meer en ook mijn reservepomp blijkt de geest te geven...pech onderweg!
Iets verder op de route probeer ik hulp te vragen bij een paar agriturismos, maar helaas hebben ze nergens een fietspomp. Ik zit in the Middle of Nowhere en veel hulp zal ik hier niet vinden.
Na 22 km kom ik in Castel del Piano op de grote weg en aan een kruising zie ik op een industrieterrein een kleine bandencentrale. Ik rijd ernaartoe en een vriendelijke man helpt me meteen met de compressor om mijn banden op te pompen. Wat een opluchting!
Dit geeft me weer het vertrouwen dat ik nodig heb, want de volgende 5 km staat de zware klim naar Sant'Angelo in Colle op het menu.

Bandencentrale Gomme, alweer zeer behulpzame Italianen!

Van daar beneden ben ik gekomen, 5 km aan 8% gem. en een maximum van 16 %

Vanuit Sant'Angelo in Colle volgt er vrijwel direct de 7 km lange gravelweg naar Castelnuovo dell’Abate, waar ook de prachtige abdij van San Antimo te vinden is, een plek die we al meerdere keren hebben bezocht. 

De gravelweg slingert door een bosrijk gebied dat de thuisbasis is voor talloze everzwijnen. Op een gegeven moment zie ik vijf kleine biggetjes de weg oversteken, gevolgd door hun moeder en nog meerdere biggen. Ik stop direct, want een zeug verdedigt haar jongen uiterst agressief en wil niet in de problemen komen.

Het weer is niet echt zonnig en op deze hoger gelegen wegen waait er een frisse wind, wat niet ideaal is voor mijn verkoudheid.

Een mooie afdaling leidt me naar Monte Amiata, aan de rivier Oricia. Wanneer je afdaalt naar een rivier, weet je dat er vervolgens een klim komt, en dat is hier zeker het geval. De komende 10 km gaan bergop, met het zwaarste deel op de gravelstrook in Poggio Rosa: 3 km met een gemiddelde stijging van 11% en een maximum van 18%! Hier heb ik wel even mijn turbo moeten inschakelen.
Op mijn Garmin zie ik dat ik op 600 meter boven zeeniveau zit, het hoogste punt van de hele tocht.
Aan km 55 arriveer ik in Castiglione d'Orcia, een plek die normaal bekend staat om zijn adembenemende uitzichten. Helaas hangt er vandaag een lichte mist, waardoor het uitzicht enigszins wordt belemmerd.
Ik daal af via een schitterende weg naar Bagno Vignoni, een pittoresk dorpje in het hart van de Val d’Orcia. Dit dorp is beroemd om zijn geneeskrachtige bronnen en het unieke waterplein.
Vanaf Bagno Vignoni begin ik aan de laatste 6 km van de dag. ik volg de Via Francigena richting San Quirico d'Orcia. De gravelweg vanuit Bagno Vignoni is de eerste 2 kilometer bijzonder steil: gemiddeld 11% en met uitschieters tot 20%. Hier komt mijn turbo echt van pas! De laatste 3 km gaat het bergaf naar San Quirico d'Orcia.

Ik ben nog net op tijd om het laatste overstekend biggetje te fotograferen.

De bijzonder steile gravelstrook in Poggio Rosa.

Het kuuroord Bagno Vignoni.

De Via Francigena richting San Quirico, nog steiler dan Poggio Rosa.

Voor ik naar de B&B fiets koop ik een nieuwe pomp in Buccis Rent Bike, een winkel vlakbij de B&B. 
Bij mijn aankomst in B&B Antica Sosta merk ik dat mijn batterij zo goed als leeg is. Na 1700 hoogtemeters is dat ook niet verwonderlijk, hoewel ik moet toegeven dat ik iets sneller dan gebruikelijk naar een hogere ondersteuning ben overgestapt.

De eigenaren van Antica Sosta bieden me een warm welkom. Ze beheren ook een restaurant in het hart van de stad: La Bottega di Ines, waar ik met veel plezier dineerde. Het is een authentieke plek met verrukkelijk eten, uitstekende wijnen en een vriendelijke service. Bij de afrekening wordt zelfs mijn tweede glas wijn cadeau gedaan!


Zaterdag 7 maart - Strade Bianche

San Quirico d'Orcia - Asciano:  40 kilometers  - 575 hoogtemeters
Overnachting: Il Bersagliere / La Pace (€ 82 incl. ontbijt)
Dinner: hotel restaurant La Pace (  42 € )


Vandaag maak ik een korte rit van 40 km naar Asciano, waarna ik deze namiddag te voet de Strade Bianche ga bekijken.

Vanuit San Quirico d'Orcia volg ik de Via Francigena richting Montalcino, om vervolgens af te draaien naar Torrenieri.
Net buiten Torrenieri neem ik de 12 km lange gravelstrook nr. 4 van de Strade Bianche. Het is makkelijke strook op een heuvelrug met mooie vergezichten. 
In Lucignano d'Asso neem ik de gevaarlijke afdaling richting grote weg waarna ik de laatste 17 km naar Asciano fiets.
Na een vlotte check-in bij hotel La Pace heb ik voldoende tijd om naar de gravelstrook nr. 8 van Monte Santa Marie te wandelen.

Ik sta op een mooie beklimming, waar ik de renners van ver zien aankomen. Pogacar is al voorbereid om zijn aanval verderop te lanceren.

Klaar voor een snipperdag met een kort ritje naar Asciano

De Via Francigena richting Montalcino,

De 12 km lange gravelstrook van Torrenieri naar Lucignano d'Asso

In de buurt van Lucignano d'Asso

Poggi, klaar voor een zoveelste demonstratie op Monte Santa Marie

Na de passage van de renners is het nog 3 km terug naar Asciano. Helaas heb ik niet het juiste schoeisel aan en word ik geconfronteerd met een probleem waar ik vaak mee te kampen heb: het Morton-neuroom. Dit is een pijnlijke zenuwbeknelling in de voorvoet, veroorzaakt door te zachte zolen.

De schoentjes die ik bij me heb, zijn licht en compact. Deze keuze heb ik gemaakt omdat er niet genoeg ruimte in mijn fietstas is om stevige wandelschoenen mee te nemen. 
Wat er komt, weet ik al: de rest van de dag felle pijn in mijn voet, en misschien voel ik het morgen ook nog wel.
Wanneer ik aankom in Asciano, geniet ik van een heerlijke pizza op het sfeervolle centrale plein, terwijl ik op een TV-scherm naar de finale van de Strade Bianche kijk.

Vanavond eet ik in het restaurant van hotel La Pace. Ik zit bijna de hele tijd alleen in een troosteloze eetzaal, omringd door te fel licht en zonder de muziek...
Voor het eten geef ik een verdiende 8 op 10 maar voor sfeer en gezelligheid een dikke nul!


Zondag 8 maart

Asciano - Monteriggione/Strove :  55 kilometers  - 1.100 hoogtemeters
Overnachting: hotel Castel Bigozzi (€ 100 incl. ontbijt)
Dinner: restaurant Castel Bigozzi (  64,5 € )


Het regent deze morgen en het is koud en om het helemaal rond te maken; de pijn in mijn voet is nog niet over.. Dat wordt geen prettige dag.

Ik heb een overlevingsdeken in mijn bagage. Ik snijd er een stuk af om in mijn helm te leggen, zodat mijn hoofd droog blijft. Van een ander stuk maak ik een soort sjaal die mijn oren en nek beschermen. 

Ik heb mijn route aangepast en besluit de hoofdweg naar Siena te volgen. Hoewel ik liever enkele schilderachtige gravelwegen had verkend. Met die regen zijn deze wegen vaak herschapen in een modderige smurrie, en dat wil ik vermijden. 

Net buiten Asciano houdt de regen gelukkig op. Ik rij door tot Taverne d'Arbia en besluit om vanaf daar even het parcours te volgen van de Strade Bianche Grand Fondo. Er volgt een 3 km lange gravelstrook, die ligt er wel vettig bij maar is te doen. De fietstoeristen die ik zie voorbij komen hebben duidelijk al wat afgezien en hun fietsen zijn haast niet meer herkenbaar.
Ik fiets in een grote lus rond het centrum van Siena en via enkele mooie paden op de Via Francigena richting Monteriggione, een klein indrukwekkend stadje en een van de best bewaarde middeleeuwse vestingplaatsen van Italië.
Ik heb honger en boven op het pleintje van Monteriggione eet ik een flink gekruide pasta ragù.
Het is koud en ik besluit om zo snel mogelijk naar mijn hotel te fietsen dat nog een 8 tal km verder ligt.

Druilerig en koud, ik heb er niet veel zin in vandaag...

Een versneden overlevingsdeken moet mijn hoofd warm houden.

Een pikante pasta pasta ragù in Monteriggione

Monteriggione 

Hotel-Relais Castel Bigozzi is een fantastisch landhuis, wat hoger gelegen met een adembenemend uitzicht over de Toscaanse heuvels. Na de hartelijke ontvangst is het tijd om te ontspannen, het was een lange en zware dag. Mijn voet doet nog steeds pijn, dus laat ik die een tijdje weken in ijskoud water. Dat biedt verlichting.

's Avonds geniet ik van een bijzonder smakelijke bistecca in het gezellige restaurant van het hotel. Een klein minpuntje is het gezelschap aan de grote tafel naast me: een groep luidruchtige dames die regelmatig de tafel verlaten om buiten te roken. Dit zijn de enige momenten waarop het even wat rustiger wordt.


Maandag 9 maart

Monteriggione/Strove - Volterra:  48 kilometers  - 1.120 hoogtemeters
Overnachting: Chiostro delle Monanche Hostel (totaal betaald voor kamer + ontbijt + dinner € 120 )
Dinner: restaurant van hotel


Deze morgen is de pijn in mijn voet helemaal verdwenen! Alles zit blijkbaar weer op zijn plaats, gelukkig maar.
Echter mijn verkoudheid is door het slechte weer van gisteren inmiddels een kleine bronchitis geworden. Ik begin een plan B te overwegen om zo snel mogelijk weer aan de camper te geraken, met de fiets en in het ergste geval met een taxi...
Daarom overweeg ik om vandaag de snelste route naar Volterra te nemen.

Het begin is de geplande route die me via gravelwegen naar Colle di Val d'Elsa leidt.
Na 8 km bereik ik het prachtig en ongerept stadje. Vanuit de benedenstad fiets ik een heel steil pad omhoog naar de oude stad, die majestueus boven het landschap uittorent. Nadat ik nog wat rondrijd in de smalle straatjes van het historische centrum, neem ik de grote weg richting Volterra.

Om de oude stad in Colle di Val d'Elsa moet ik een helling op van meer dan 20%

De toegangspoort naar het historisch centrum van Colle di Val d'Elsa.

Ik fiets over een constant stijgende weg en aan mijn rechterzijde onderscheiden zich in de verte de torens van San Gimignano. Deze stad stond oorspronkelijk op mijn programma voor vandaag.

Het weer is veel beter dan deze morgen en nu begin ik spijt te krijgen van mijn keuze om de kortere route te nemen. 
Op 15 km van Volterra besluit ik om van de hoofdweg af te wijken en een extra omweg te maken. Het is een mooi maar redelijk technisch gravelpad dat 8 km in dalende lijn gaat tot in het dorpje Prato D'era. Ik zie Volterra hoog in de verte liggen, als een arendsnest. Er rest me nog een steil asfaltweggetje van 5 kilometer, dat kronkelend door het bos omhoog slingert.

Volterra is een van de oudste steden van Italië, rijk aan musea en archeologische vindplaatsen. Terwijl ik door de pittoreske straatjes van de oude binnenstad fiets, stop ik bij een apotheek voor een doosje Paracetamol. Ik had er wel bij me op de fiets, maar die zijn inmiddels opgebruikt.
Er resten nog 2,5 km naar Chiostro delle Monanche Hostel, een historisch klooster dat vandaag mijn verblijfplaats is.

In het hotel heerst een rustige sfeer; het seizoen is nog niet van start gegaan. Gelukkig kan ik 's avonds dineren, want in de directe omgeving is er niets te beleven. Weer zit ik hier helemaal alleen, maar tot mijn verrassing is het eten echt heerlijk.

Ik ben blij dat ik op het laatste moment nog een prachtige lus heb toegevoegd.

Volterra, gelegen  hoog op een heuvel.

Chiostro delle Monanche Hostel

Dat dit een oud klooster is, is duidelijk


Dinsdag 10 maart

Volterra - Pomarance:  59 kilometers  - 1.166 hoogtemeters
Overnachting: camping Il Colono (mijn basecamp)
Totale prijs voor 2 maal overnachten en 6 dagen parking: € 80 


Het ontbijt in het hostel is teleurstellend; slechts een kop koffie en een croissant! Bij het uitchecken laat ik mijn onvrede blijken, en de vriendelijke receptionist biedt me een tegemoetkoming aan door de 15 euro voor het ontbijt te laten vallen.

Als ik vandaag de korste weg wil nemen naar mijn basecamp, de camping in Pomarance, is dat maar 20 km. Maar het is zonnig en niet te koud en beslis toch om mijn uitgetekende route van ongeveer 60 km te doen. 

De eerste 7 km gaan in dalende lijn over een asfaltweg tot aan de eerste gravelstrook. Deze 12 kilometer lange grindweg slingert door een prachtig open landschap, waar ik kan genieten van eindeloze panorama’s en een schitterend uitzicht op Volterra.

Na 20 km kom ik in het dorp Montecatini Val di Cecina. In een klein voedingswinkeltje koop ik een Pizetta, een kleine, eenpersoons pizza. Gelukkig dat ik hier iets kan kopen want deze morgen was er niet veel mee te nemen aan de ontbijttafel.

Vanaf Montecatini is het 10 km afdalen naar de valei van Cecina, de Val di Cecina. Ik volg de hoofdweg door de vallei en zie hier en daar wielerliefhebbers staan. Vandaag passeert de Tirreno-Adriatica hier. Straks ga ik ook kijken in Pomarance.
Ik volg de weg ongeveer vier kilometer en sla rechtsaf bij Ponteginori richting Micciano. Dit ongerepte dorp ligt hoog bovenop een rotsachtige heuvel en is alleen bereikbaar via een lange, smalle asfaltweg, die op sommige stukken behoorlijk steil is. Het enige dat nu nog rest, is een steile afdaling en vervolgens een klim naar Pomarance

Heerlijk genieten van eindeloze panorama’s

Mijn lunch; de Pizzetta gekocht in Montecatini Val di Cecina

Hoog in de verte ligt Volterra

Micciano, daar moet ik naartoe

Ik arriveer precies op tijd om de koers te zien passeren. Het parcours ligt op slechts 300 meter van de camping, en ik heb inmiddels al kunnen zien dat de camper nog veilig en wel op zijn plaats staat.
Op de camping is de patron nog steeds aan het klussen. Hij heeft een uitstekende deal getroffen voor de overnachtingen en de parkeerplaats. Terwijl ik mijn fiets klaarmaak om op te bergen, merk ik dat de achterband lek is. Gelukkig is dit het perfecte moment, aangezien de reis net achter de rug is.
Ik doe nog wat boodschappen in de stad en maak alles klaar voor om morgen weer naar huis te gaan.


Woensdag 11 maart

Pomarance - Como:  420 km
Overnachting:  Area Parking Como Sud (€ 30)
Dinner: Lario's Bistrot  € 48,50 


Ik rij naar de camperparking in Como die ik op doorreis had aangestipt maar uiteindelijk ben doorgereden naar Milaan.. Het is een dure plaats maar heel goed beveiligd, en dat is belangrijk in de buurt van grote steden in Italië.

Ik moet opnieuw de hobbelige autoweg van La Spezia naar Parma nemen, maar het lijkt erop dat het deze keer soepeler verloopt. Net voor Parma, neem ik de afrit van de autosnelweg om te tanken bij het Esso-station in MedesanoOp de heenreis heb ik er ook getankt, en de prijs was toen aanzienlijk lager dan op de autosnelweg. Tot mijn grote verbazing zie ik nu dat de prijs €2,13 bedraagt! Op de snelweg is dat soms zelfs maar €1,99... ik ben gesjareld...

Na aankomst in Como ga ik dineren in het trendy eetcafé Lario's Bistrot, het zit er echter bomvol locals. De vriendelijke ober doet zijn best om een tafeltje voor me te vinden maar dat lukt niet helemaal, ik mag me neerzetten aan een klein hoekje naast de bar. Geen probleem, daar is het iets rustiger en het eten smaakt heerlijk.


Donderdag 12 maart

Como - Andlau:  400 km
Overnachting: Aire Camping-Car Park - Andlau (€ 16)
Dinner: Au Boeuf Rouge – Andlau (€ 44,70)


Een vlotte rit leidt me naar Aire Camping-Car Park in Andlau. Daar ben ik tijdens mijn heenreis ook geweest. Ik arriveer erg vroeg en zou best nog verder kunnen rijden. Toch kies ik ervoor om hier te overnachten; met mijn bronchitis doe ik het best rustig aan.

Ik heb de keuze om te gaan eten in restaurant Partage of Au Boeuf Rouge.
De Partage is gastronimisch maar ze hebben wel een goedkoop menu. 
Au Boeuf Rouge is meer traditionele Elzasser stijl.
Ik kier voor Au Boeuf Rouge en wat blijkt; ik zit er weer moederziel alleen!
Misschien had ik toch beter naar de Partage geweest want het eten in de Boeuf Rouge is maar matig.


Vrijdag 13 maart

Andlau - Stasegem:  620 km 


Ik ga eerst tanken bij Leclerq in Obernai, ik heb deze keer goed opgelet om niet opnieuw gesjareld te worden. In deze periode van oliecrisis is € 1,92 hier waarschijnlijk de beste prijs.
In Saverne moet ik door de payage, maar helaas werkt mijn Bip&Go-badge niet meer. Dit is behoorlijk vervelend voor de vrachtwagenchauffeur achter mij.
Ik doe nogmaals een test bij de volgende afrit en opnieuw werkt mijn badge niet.
Ik rij door naar Metz waar er een service center is van Bip&Go. Daar krijg ik meteen een nieuwe badge, probleem kort en goed opgelost.
De rit verloopt verder probleemloos tot in Luxemburg waar ik nogmaals voltank aan € 1,78. De tijd van de grote prijsverschillen in Luxemburg is blijkbaar ook voorbij.
Van Luxemburg tot in Charleroi moet ik door de gietende regen, maar al bij al geraak ik veilig en wel thuis!