Montañas Vacías

van 7 oktober tot 20 oktober


De "Empty Mountains" (lege Bergen) of  ook soms  wel "Spaans Lapland" genoemd is een regio in Spanje gelegen in het zuiden van de provincie Aragon in de driehoek Zaragoza-Valencia-Madrid.

Het gebied heeft een oppervlakte die twee keer zo groot is als België en is een van de dunst bevolkte gebieden van Europa. Het bestaat uit hooggelegen plateaus, afgelegen refugio's, natuurparken met veel wilde dieren en kilometerslange eenzame onverharde wegen door oneindige dennenbossen met af en toe een ingeslapen middeleeuws dorp.

De 700 km lange 'off-road bikepacking'-route Montañas Vacías (link) biedt een prachtige introductie tot dit weinig bereisde gebied.

Het is een trip die al een tijdje op mijn bucketlist stond en normaal gezien zou het niet meer voor dit jaar geweest zijn want we zijn al oktober. Echter het weer in Aragon is momenteel nog bijzonder goed, daarom is er heel snel beslist om te vertrekken.

In het najaar van 2022 had ik al de voorbereidingen gemaakt. Ik kreeg toen ook een aantal heel interessante tips van Filip Lampaert en Elie Milo. Elie is net als ikzelf een 70-plusser en ook een tester van de Waalse Fietsknooppunt-routes. Hij en Filip hadden in 2021 de route gereden vanuit Valencia.

Er was ook veel informatie te vinden op de site van Montañas Vacías zelf en op diverse blogs.

Aan de hand van al die informatie en gebaseerd op de PDF guide van Ernesto Pastor, de bezieler van de route, heb ik toen een volledig roadbook samengesteld met alle details, dag per dag, inclusief de gegevens van de logies, ook alle GPS tracks met eventuele afsnijroutes waren klaar.

Ik moest nu enkel nog de logies boeken, want ik moet zeker zijn dat ik elke dag mijn batterij kan opladen en in dat gebied is een hotel of B&B er zeldzaam.

Ik heb geluk en heb voor ieder dag een logement kunnen boeken, ik ben klaar voor vertrek!

Direckte link naar de ritten:

Zaterdag 7 oktober


Het is 1500 km naar het vertrekpunt van de Montañas Vacías in Albarracin en het is de bedoeling om de reis in 3 etappes te doen.

Het is zaterdag en het gaat vlot, enkel Parijs is een druk knooppunt. In de buurt van Poitiers heb ik op Internet Camping du Futur gevonden nabij het gekende themapark Futuroscope.

Het is mooi weer en de camping is top, heel mooi ingericht met veel struiken en heggen. Het sanitaire gedeelte behoort tot het beste dat ik ooit op een camping ben tegengekomen.

Er is een snackbar en ik bestel er een pakje friet met een hamburger. het mag wat vettig zijn, ik zal het er de komende week wel af fietsen

Zondag 8 oktober


De weg richting Camping Aritzaleku is bijzonder mooi, zicht vanop de Puerto de Lizarraga (Navarra)

De mooie omgeving van Camping Aritzaleku

Ik rij door richting Bordeaux en Spanje. Net voorbij de Spaanse grens kies ik om de GPS niet te volgen naar Pamplona, die route ken ik nog van onze Spanje-reis verleden jaar, een vermoeiend traject door de bergen.

Ik rij door naar San Sebastian om daar de snelweg te nemen naar Pamplona. Maar dat is een probleem, de oprit naar de A15 is afgesloten. Iedereen is verplicht door te rijden op de A1 en er staat nergens een omleidingsbord.

Ik rij de snelweg af om te tanken, een radeloze Fransman komt mij vragen hoe we in Pamplona moeten geraken. Ik meen te weten dat we misschien de volgende afrit moeten nemen en binnendoor rijden, hij is niet overtuigd…

Ik neem wel een afrit en raak hopeloos verstrikt in kleine en doodlopende straten. Ik zal dan toch maar de A1 nemen zeker.

Gezien ik niet naar Pamplona rij besluit ik een camping te zoeken ten zuiden van deze stad. Het wordt Camping Aritzaleku, gelegen aan het stuwmeer van Alloz. Het is een verzorgde camping maar met heel veel sta-caravans.

Er is een restaurant en volgens de Zwitsere buren is het er goed eten. Ik besluit om er de Sepia a la plancha, de gegrilde inktvis, te eten. Het smaakt lekker.

Slapen is er iets minder, ik kom regelmatig wakker; de camping staat vol met eikenbomen, het is herfst en de vallende eikels kletteren onophoudelijk op de aluminium daken van de sanitaire gebouwen vlakbij.

Maandag 9 oktober


Vandaag ga ik naar Camping Ciudad de Albarracín, deze ligt op de route van de Montañas Vacías en van daaruit zal ik mijn trip starten.

Voor 4,85 Euro per dag mag ik er Henry een week parkeren.

Het is bijzonder rustig op de camping, maar dat zal de komende dagen heel anders zijn, donderdag 12 oktober is het de Fiesta Nacional de España (de nationale feestdag) en de camping is volledig volzet. De meeste Spanjaarden maken er een lang weekend van met dat mooie weer. Gelukkig ben ik dan vertrokken. 

In het restaurant van de camping geraak ik in gesprek met een Portugees. Het is ook een fietser en hij rijdt ook de Montañas Vacías. Hij is vertrokken in Cuenca en is nu bijna halverwege. Het is een heel interessant gesprek en ik krijg nog een aantal tips mee. Ik krijg zelfs een paar tabletten drinkwater-desinfectiemiddel.

Dinsdag 10 oktober: Proloog


Vandaag doe ik een testrit, ik zal een lus rijden vanuit Albarracin met mijn volledige bagage om zo te testen hoeveel hoogtemeters mijn batterij aankan. De route bestaat uit het eerste deel van de rit van morgen: een hele steile en moeilijke klim naar de Murallas de Albarracín, de oude stadsmuren met daarna een grote lus door de Sierra de Albarracin.

Meteen na het stadje is het inderdaad bijzonder steil en het ligt vol met grove stenen, hier is het onmogelijk om te fietsen. Te voet is het al even lastig om mijn zware fiets en bagage omhoog te duwen.

Ik ben een beetje ontmoedigd; hopelijk kom ik dit niet te vaak tegen op mijn trip...

Na de steile klim volgt er een mooi golvend terrein, in de verte zie ik een fietser, ik kom bij hem en het blijkt de Portugees van gisteren te zijn, Simão is zijn naam.

Hij neemt zijn tijd om te genieten van het landschap en na een kort gesprek rijdt hij weer verder. Ik wacht nog even want ik wil me niet opdringen.

Na 11,5 km kom ik op de grote weg, het normale parcours gaat hier naar rechts maar dat is voor morgen. Ik besluit om dezelfde helling terug op te rijden via een parallelle weg. Dat betekent 4 km klimmen aan 8,5 % gemiddeld met een maximun van 15 % ...

Het gaat vlot en eenmaal boven zie ik het niet zitten om op dezelfde weg van daarstraks terug te keren.

Ik heb 2 GPS toestellen op mijn stuur, mijn Garmin en een Android smartphone waarop de app ‘OruxMaps’ is geïnstalleerd. Op Orux heb ik de uiterst gedetailleerde Spaanse Topo-kaart sigpac.mapa gedownload. Daarop vind ik een noordelijke lus van gravelwegen door de bergen.

Het proberen waard.

Eerst gaat het op en af en daarna is het hoofdzakelijk dalen, een mooie route. 

Na een 10-tal km kom ik uit op een asfaltweg die richting Albarracin gaat.

Na 28 km heb ik zin om nog eens naar de Murales te klimmen via een andere kant, kwestie van genoeg stijgings kilometers te maken. Deze kant is niet zo steil en boven kan ik een tweede keer genieten van het zicht op Albarracin.

De totale afstand van de lus is 32.5 km met 892 positieve hoogtemeters. Ik heb nog 5 blokjes van de 10 op mijn batterij, een succes, ik kan morgen met een gerust gevoel vertrekken!

Woensdag 11 oktober - Rit 1: Albarracin - Griegos


Ruwe gravelstroken richting Bronchales

Vandaag is het de "Grande Partenza". Henry staat netjes geparkeerd op de camping en ik ben er klaar voor.

Zoals gepland doe ik de steile gravelklim naar de Murales van Albarracin niet maar neem ik de asfaltweg in de vallei.

Dat is een gezellig aperitiefje van 12 km tot in Torres de Albarracin. Hier gaat het rechtsaf het bos in. Het wordt 5,5 km klimmen op soms hele ruwe gravelstroken.

Een paar km voor ik het dorpje Bronchales bereik zijn er een aantal werklieden druk bezig met bosmaaiers. Ze maaien er stekelige struiken en een deel ervan komt op de weg terecht. Ik probeer er zo weinig mogelijk door te rijden.

In Bronchales hou ik halt aan een bar en drink er een koffie. Als ik terug wil starten staat mijn voorband plat! Dan is er toch een van die stekels in mijn band terecht gekomen…

Gezien de tijd die ik verloren heb met herstellen van mijn band besluit ik de grote weg te nemen naar het volgende dorp, Orihuela del Tremedal. Van daar is het nog 20 km naar Griegos waarvan de volgende 5 km stevig klimmen op een slechte weg. Er is een parallelle asfaltweg en ik neem deze.

 

Een 3-tal km voor ik in Griegos ben zie ik een fietser te voet, het is Simão! hij had kettingbreuk en denkt dat het probleem nog niet is opgelost. Ik bekijk het even en zie op het eerste zicht niks verkeerd.

We rijden samen tot Griegos. Ik raad hem aan te logeren in de Albergue de Griegos, een logement specifiek voor bikepackers die de Montañas Vacías rijden.

Ikzelf heb geboekt in Hostal Muela de San Juan. Bij aankomst is het hotel gesloten maar na een telefoontje laat een meisje mij binnen. Mijn fiets kan binnen gestald worden maar dan wel op de 2e verdieping. Er is een lift tot het eerste en daarna moet ik mijn tuig via de trappen naar boven krijgen.

Ik heb afgesproken met Simão om samen te dineren in het hotel. Het wordt een gezellige avond met nogal wat filosofische gesprekken.

Donderdag 12 oktober - Rit 2: Griegos - Checa


Het ontbijt in het hotel is maar pover, toast met marmelade, dat is in Spanje dikwijls zo.

Vandaag gaat het eerst zuidwaarts richting de Nacimiento del Río Tajo (de bron van de Taag) en daarna terug noordwaarts naar het stadje Checa.

 

Vlak na het vertrek kom ik voorbij de Albergue de Griegos, er staat een groep fietsers klaar om te vertrekken maar Simão is er niet bij.

Ik rij door naar het volgende dorp, Guadalaviar. In de plaatselijke winkel annex bar koop ik brood en beleg.

10 kilmeter verderop kom ik aan de bron van de Taag.

Dit is hier een toeristische trekpleister, de Spanjaarden hebben vrijaf en het is er erg druk. Ik zie een fietser staan aan de infoborden, en ja, het is Simão!

We nemen wat foto’s en ik luister naar zijn uitleg over wat er op de borden staat, want alles is hier enkel in het Spaans.

Hij heeft ook nog altijd problemen met zijn ketting, en inderdaad er is iets niet pluis. Bij nader toezien blijkt zijn ketting niet correct op zijn derailleur gemonteerd. Ik herstel het euvel en we rijden samen verder langs de Taag, hier is dit nog maar een brede beek.

 Nacimiento del Río Tajo, de bron van de Taag met monument.

We volgen de Taag, voor een 15-tal km tot we aan een Refugio komen.

Simão besluit zijn lunch hier te nemen, ik vraag of het niet stoort dat ik dat samen met hem doe, geen enkel probleem.

Het is nog 30 km naar Checa, het is een mooie route met veel klimmen en dalen op goede gravel en soms prachtige vergezichten. 

 

In een steile afdaling heeft Simão opnieuw pech; er is een derailleurwieltje losgekomen en verdwenen!

We zoeken even maar dat heeft geen zin, we kunnen dat hier nooit terugvinden. Simão is echter heel goed voorbereid op de trip; hij heeft een reserve derailleur bij. Oef! dat is een meevaller. Ik demonteer het wieltje van zijn nieuwe derailleur en installeer het. Wij kunnen weer verder.

Ik heb geboekt in hotel Hotel La Gerencia in Checa, Simão heeft besloten om te logeren in Chequilla, 5 km verder. We rijden samen naar mijn hotel en drinken een biertje op het terras. We spreken niet af voor morgen, we zien wel waar we elkaar tegen komen, we doen toch allemaal dezelfde route.

Hotel La Gerencia is bijzonder, de kamers zijn ok maar de baas is een zeer onaangenaam, onvriendelijk en verbitterd persoon. Ik ben blij dat hij mijn neus niet heeft afgebeten bij het inchecken.

Om 20:30 u gaat het restaurant open maar hij staat aan de deur en laat maar mondjesmaat de mensen binnen… maak dat mee!

Hij brengt mij een kaart en na een halfuur komt hij opnemen, maar hij heeft mij de kaart van de snacks gegeven... verkeerd, een andere kaart dan maar en weg was hij weer. Weer een kwartier later kan ik eindelijk mijn keuze doorgeven. Hij doet blijkbaar alles alleen want het duurt nog een halfuur voor ik kan eten en het is dan nog slecht…

Ik ben op mijnkamer terug 10:30 u !!

Vrijdag 13 oktober - Rit 3: Checa - Zaorejas


Het is al 10:15 voor ik kan vertrekken uit hotel La Gerencia, je mag van geluk spreken als de baas je een ontbijt wil bedienen, het is nochtans maar 2 keer niks; een toast met een cup confituur en een cup boter.

Het is 3 km serieus klimmen naar Chequilla maar ik besluit om mijn motor nog niet aan te zetten, het is een lange rit met veel hoogtemeters en ik wil mijn batterij wat sparen.

Bij het binnenrijden van Chequilla sta ik versteld van het uniek landschap en de  geologische structuren. Ik passeer en camperplaats maar geen Simão te zien.

Op de weg van Chequilla naar Peralejos de las Truchas zit er een bijzonder lastige klim; 3 km aan 10% gemiddeld en met stukken tot 20%, gelukkig op asfalt. Er komen een aantal wielertoeristen naar beneden gevlamd en roepen vrolijk Vamos, Vamos! Ik rij de hele trip enkel op ECO-stand want anders is mijn batterij veel te snel leeg, maar hier naar boven rijden op ECO is een hele karwei.

In Peralejos de las Truchas doe ik inkopen in de plaatselijke “tienda”, een zak brood en hesp.

Ik krijg een bericht van Simão, hij heeft panne, zijn ketting …. Hij is hier in het dorp een straat verder. Het is gebeurd op die steile klim en hij is helemaal te voet tot hier gekomen.

Het kettingsleuteltje dat hij gemonteerd had bij zijn eerste pech is open gekomen en de ketting zit vast. Ik repareer het met een nieuw sleuteltje en leg hem uit hoe je dat best doet om problemen te vermijden.

We rijden samen verder tot aan de Taag. Hij wil overnachten in een refuge een 35 km van hier en ik heb gereserveerd in hotel in Zaorejas 50 km van hier. Ik besluit om door te rijden terwijl hij nog blijft om foto’s te nemen.

Steil naar Peralejos de las Truchas, gelukkig asfalt 

De Tienda in Peralejos de las Truchas

Simão, mijn 'compagnon de route'

Het parcours volgt nu voor 40 km de Taag, na 12 km kom ik aan de Lagune van Taravilla waar ook de bekende hangbrug zich bevindt, de Puente Colgante del Tajo. Ik lunch aan de lagune. Het is er druk en om de hangbrug te nemen moet je zowaar aanschuiven.. Na de brug volgt een heel moeilijke singletrack, steil op en neer, het is er onmogelijk is te fietsen. Het is maar 500 meter maar het kruipt in de kleren om de fiets op en neer te hijsen.

Imposante rotspartijen aan de canyons van de Taag

de Lagune van Taravilla; lunchtijd

de Puente Colgante del Tajo

Roofvogels cirkelen rond de hoge pieken

Terug op de goede gravel steekt een fietser mij voorbij… het is Simão.

We blijven samen tot aan de Refuge waar hij wil slapen. Het is een prachtig parcours met imposante rotsen en pieken waar de gieren en andere roofvogels rondcirkelen. We stoppen aan verschillende “miradors” om foto’s te nemen.

Aan de refuge La Falaguera nemen we afscheid, ik moet dan nog meer dan 10 km fietsen tot in Zaorejas waarvan 6 km bergop.

De Taag, een levensader in de streek

Ik heb geboekt in Hotel Peñarrubia, voor ik binnenga sla ik een praatje met 2 Basken die ook een aantal stukken hebben gedaan van de Montañas Vacías. Ze zijn heel enthousiast over het hotel. Het doet deugd dit te horen want het vorig hotel wil ik zo snel mogelijk vergeten.

En inderdaad de baas Carlos is een heel vriendelijke kerel, ik kan mijn fiets plaatsen in een berging naast de lobby.

Naar de avond toe is het een drukte van jewelste aan de bar met druk pratende Spanjaarden die genieten van de apero. Het diner valt mee, alleen het hoofdgerecht, een soort steak valt iets tegen.

Zaterdag 14 oktober - Rit 4: Zaorejas - Beteta


Deze morgen is het is regenachtig en koud, gelukkig staan er mij maar amper 36 km te wachten. Dat heeft te maken met de ligging van de beschikbare logies, het was niet altijd mogelijk een gelijkaardige afstand te plannen van 60 à 70 km.

Aan het hotel is het druk, een grote groep jagers is er samengekomen om straks te vertrekken naar de jacht. De honden in hun aanhangwagens zijn onophoudelijk en irritant aan het blaffen.

Ik wacht nog even om mijn fiets te laden tot ze vertrokken zijn en de rust wat is terug gekeerd.

 

Ik bezoek nog even het Centro de Interpretación del Río Tajo in het dorp. Het is een recent geopend Interpretatiecentrum gewijd aan de Taag. Een vriendelijk meisje aan de balie geeft mij uitleg over de verschillende fietsmogelijkheden in de omgeving.

Na enkele kilometers op de asfaltweg moet ik links het bos in, ik hoor in de verte schoten, de jagers zijn al volop in actie, geen prettig gevoel. Een van hen staat aan de kant van de weg klaar om het wild te schieten, ik vraag hem of het veilig is, hij doet teken dat het OK is als ik gewoon verder fiets in dezelfde richting. 

Het parcours is niet echt indrukwekkend, de hele tijd door het bos op lange rechte en vlakke gravelpaden. Na 15 km moet ik de grote weg over om verder te gaan in hetzelfde bos. Er staat een waarschuwingsbord dat de jacht vandaag ook hier gaande is. Ik heb niet veel zin om terug in hun buurt te fietsen en beslis om de grote weg te nemen. Een 5-tal kilometer verder draai ik een ander bospad in waar geen jagers te horen zijn.

Dat is alvast een goede keuze, het gaat meteen in dalende lijn. Het kronkelt van links naar rechts en af en toe zijn er hele mooie vergezichten.

Vandaag heel veel bos, niet veel te zien, maar na een tijdje wordt het uitzicht alsmaar mooier

Ik kom aan in het dorpje Valsalobre en hou halt in de enige bar. Ondanks het kille weer heerst er een gezellige sfeer, ik word er hartelijk verwelkomd door enkele locals. Eén ervan heeft nog in België gewerkt als uitzendkracht bij Volvo. Bélgica es fantástica! roept ie meerdere keren en hij laat me een hele reeks foto’s zien van toen.

Ik wil graag iets eten, de bazin stelt me iets voor, wat het is weet ik niet. Muy bien zeg ik, ik zie wel wat er verschijnt. Het zijn zwart geblakerde  worsten met een lap tortilla en brood... Ik had honger en dan ben je iets minder kieskeurig.

Valsalobre in de verte , een klein dorpje met een heel gezellige bar.

Mijn lunch in Valsalobre, en een alcoholvrij biertje.

Ik rij door naar Beteta, de vrolijke Spanjaard die nog in België heeft gewerkt steekt mij voorbij en roept vanuit zijn autoraam Viva Bélgica!

Na een kleine 7 km kom ik aan in Hotel los Tilos waar ik zal overnachten. Het is een mooi hotel dat pas is gerenoveerd.

Ik word vriendelijk ontvangen en mag mijn fiets in een grote garage plaatsen.

 

De bar in Valsalobre

Ik krijg een bericht van Simão, hij is hier in Beteta. Ik antwoord dat ik in het hotel ben, maar hij kan niet tot hier komen omdat hij nog vlug een heel eind wil doorrijden. Hij zou graag tegen dinsdag in Cuenca zijn om de bus terug naar Lissabon te nemen.

Hotel los Tilos in Beteta is nog maar  pas helemaal gerenoveerd

Ik neem een apero aan de bar en raak in gesprek met de barman. Hij is zelf een mountainbiker en heeft veel bewondering voor de trip die ik aan het doen ben. Hij komt om de haverklap aandraven met Tapas.. allemaal gratis! Ik zeg dat het niet nodig is maar hij antwoord “je zal wel honger hebben”

Gelukkig waren er die tapas want in het restaurant blijkt er geen volwaardige kaart te zijn, er zijn enkel Raciones (een soort voorgerechten ) te krijgen. Het enige waar ik zin in heb is de Carpaccio maar dat is er niet meer, dan maar iets met kaas. Een beetje teleurstellend voor zo’n mooi hotel.

Zicht vanuit de kamer, daar is Simão voorbij gekomen terwijl ik onder de douche stond.

Zondag 15 oktober - Rit 5: Beteta - Beamud


Er hangt mist deze morgen maar de 'weer-app' geeft toch zon aan. Het wordt een zware rit, 75 km en meer dan 1300 hoogtemeters. Het ontbijt is zoals gewoonlijk; toast met marmelade…

De Laguna Grande de El Tobar

Ik klim naar het centrum van Beteta en daar schijnt de zon volop. De mist hangt een verdieping lager in de vallei.

Na 5 km doe ik een ommetje naar de Laguna Grande de El Tobar een meertje dat toch niet zo indrukwekkend is als het wordt beschreven. de rotspartijen in de omgeving zijn veel indrukwekkender dan het meertje zelf

Ik krijg een Whatsapp-bericht van Simão met de een foto van het “hotel" waar hij zich nu bevind: zijn tent en een fontein

Hij stuurt me ook de coördinaten van die plek. Ik kan helaas de juiste plaats niet laden op mijn GPS en heb geen idee waar het is. Hij is gisterenavond nog een heel eind doorgereden.

De omgeving van Santa María del Val

Het is een kilometer terug van de lagune naar de weg. Vanaf dan volgt een 2 km lange stevige klim. Na de afdaling kom ik in Santa María del Val, een dorp aan de voet van een imposante rotsachtige keten met beneden de groene vallei  van het Tosca-stuwmeer. Het is een prachtige omgeving!

Vanaf het dorp begint het klimwerk, eerst 5 km op asfalt en dan 8 km door de bossen. Vlak na de asfalt is er een zeer pittig stuk van 15% met grove stenen, ik heb geluk en kan nog net recht blijven.

15% klimmen in de ruwe gravel...

Op een hoogte van 1700 meter is het uitzicht prachtig

Gezien de zwaarte van de rit en de afstand had ik een alternatief voorzien om eventueel na 33 km af te slaan naar een asfaltweg, maar het gaat vandaag bijzonder vlot en ik besluit om het originele parcours te blijven volgen.

Dat houdt wel in dat er nog veel hoogtemeters dienen te worden overwonnen.

Ik doe het rustig aan en geniet van de omgeving. Ik klim naar een plateau op bijna 1700 meter hoogte, hier staan geen bomen en het uitzicht is eindeloos. Van hier is het nog 30 km naar Beamud maar het is hoofdzakelijk in dalende lijn en dat is een opsteker.

Op 25 km van Beamud, in de afdaling naar de vallei van de Júcar zie ik fietsers uit de andere richting komen, het is een Belgisch koppel uit Gavere. Ze hebben beneden aan het meer Simão tegen gekomen, die had gevraagd om uit te kijken naar mij en de groeten te doen. Hij is daar rechts afgedraaid naar Cuenca.

Ik vind het erg jammer dat ik hem niet meer ingehaald heb, maar ik was te ver achter hem. Later heb ik de locatie van zijn “hotel” kunnen ontcijferen; dat was 30 km voorbij Beteta waar ik logeerde.

De laatste 6 km is het nog klimmen naar Beamud en het begint nu wel wat door te wegen.

Ik heb geboekt in de B&B La Hija de Juan, de eigenares heeft mij een bericht gestuurd dat zij daar niet kan zijn, de sleutel ligt in de bloembak. Alles is goed geregeld en ik heb een volledig huis voor mij alleen.

Ik ga eten in de La taberna de Hansi een heel authentiek restaurantje. Het zit vol met locals , de mannen zijn aan het kaarten en de vrouwen aan het kletsen. Ik eet er de specialiteit van het huis: bloedworst, en dat smaakt!

Maandag 16 oktober - Rit 6: Beamud - Cañete


Uitchecken in B&B La Hija de Juan is gemakkelijk, ik ben er moederziel alleen, klein ontbijtje, gepast geld op de keukentafel en weg ben ik.

 

Het ritje van vandaag is amper 30 km. Dat komt omdat er op het normale parcours geen logement beschikbaar was. Op die manier heb een hele lus moeten annuleren. Het is jammer maar er was geen andere oplossing. Ik heb dus een zee van tijd vandaag en dat is ook niet leuk, ik  heb liever de normale afstanden van 60 à 70 km.

De pizza in bar Los Arcos is heel lekker

 De route is trouwens ook niet formidabel, de eerste 12 km is gravel maar de rest zijn brede asfaltwegen. Er is wel een lange klim van 4 km waar ik mij een beetje kan in uitleven.

Het is nog vroeg in de namiddag als aankom in hotel Restaurant La Muralla in Cañete. Het is een mooi stadje dat helemaal ommuurd is.

De ober vertelt me dat het hotel gesloten is vanaf 17:00 u en ook morgen de ganse dag. Ik beslis om maar meteen de lunch te nemen en voor vanavond een Bocadillo (belegd broodje) te bestellen. De bediening in het restaurant is heel vlot en het eten is voortreffelijk.

Ik doe een avondwandeling in het stadje. Het is er zeer rustig, haast geen mens op straat. Ik ga binnen in bar Los Arcos. Er is niemand maar de baas is toch druk bezig met pizzadeeg de kneden. Hij geeft mij een hele uitleg over zijn volledig Italiaanse bereiding.

Ik bestel er een, ik mag alle ingrediënten zelf kiezen. Het is heerlijk. Het belegde broodje dat ik deze middag had besteld zal ik morgen als lunch opeten.

Ik kom terug in een leeg hotel, ik moet door het gesloten restaurant om de trap naar boven te nemen, het is even wennen. Ik denk dat ik hier heel alleen ben tot ik later op de avond nog een deur hoor op de gang.

Dinsdag 17 oktober - Rit 7: Cañete - El Cuervo


De splitsing van het parcours, waar een vriendelijke Spanjaard mij de weg toont.

Vandaag gelukkig weer een normale rit, er staan 60 km op het programma.

Om terug op het originele parcours te komen moet ik eerst een 20 km op een grote baan fietsen. Dat vind ik maar niks. Op de GPS vind ik al snel een aantal onverharde zijwegen die ik kan nemen.

Ik kom voorbij een gigantische kudde schapen met een aantal honden. Dat zijn niet mijn favoriete dieren als ik aan het fietsen ben, gelukkig is de herder niet ver uit de buurt en kan hij de honden in toom houden.

Na de relatief vlakke aanloop van 25 km begint het klimwerk, het gaat tot 1500 meter.

Ik kom aan een splitsing van het parcours en neem even de tijd om de kaart te bekijken. Een Spaanse automobilist stopt en vraagt waar ik naartoe moet, hij denkt dat ik verloren ben gereden. Ik ga naar El Cuervo zeg ik. Ik probeer hem duidelijk te maken dat ik alles op GPS heb maar toch geeft hij me een eindeloze uitleg in het Spaans. Ik krijg er geen woord tussen en als ik wil vertrekken herhaalt hij alles nog een keer. 

De streek hier is wondermooi, na het dorpje Alobras moet ik nog even klimmen maar dan volgt een hele steile maar onvergetelijke afdaling naar El Cuervo. Ik stop meerdere malen om te genieten van het zicht. In de verte zie ik zelfs het Javalambre gebergte liggen, dat maakt ook deel uit van de  Montañas Vacías. Dat deel zal ik later eens doen.

Ik moet naar het hotel El Hortal I Lloó in El Cuervo. Ik heb om 17:00 u afgesproken met de eigenares. Zij wacht mij op aan het restaurant naast haar hotel. Dat is het enige restaurant in het kleine dorp, maar.... het is gesloten op dinsdagavond! Dat is dikke pech...

Isa, de eigenares van het hotel vind het ook erg jammer maar ze stelt me een beetje gerust; er is vanalles aanwezig in de keuken. brood, beleg, enz... Het is bedoeld voor het ontbijt maar er is meer dan genoeg zodat ik vanavond ook nog iets heb.

 

Op de kamer wil ik mijn iPhone opladen maar ik vind nergens mijn kabeltje. Oei.. ik heb het deze namiddag gebruikt op de fiets en ben het waarschijnlijk verloren. Ik ga maar eens zoeken op straat maar niets te vinden. Dat wordt een probleem want mijn iPhone is zo goed als plat. Er is nog een klant in het hotel en gelukkig mag ik zijn kabeltje gebruiken tot morgenvroeg.

Woensdag 18 oktober - Rit 8: El Cuervo - Albarracin


Hotel I Lloó in El Cuervo, helemaal nieuw

 

Jaime, mijn enige buurman, is een vriendelijke kerel uit Alicante die helemaal alleen een roadtrip aan het doen is in Noord Spanje.

Mijn telefoon is opgeladen en ik zal normaal wel tot Albarracin geraken waar ik een nieuw kabeltje kan kopen. Ik geef hem het zijne terug en hij vertrekt. Even later is hij daar terug..  hij heeft mijn kabeltje gevonden onder zijn auto! Probleem opgelost.

Ik haal mijn fiets uit de berging en lap..., de voorband staat lek! Ik heb gisteren iets te veel in de bermen gefietst om te genieten van de vallei denk ik.

 El Cuervo, er is 1 hotel en 1 restaurant

Voor ik op de officiële route vertrek rij ik even door de Estrechos del río Ebrón, een van de meest spectaculaire rivierkloven in de provincie Teruel. Met de fiets kun je er een eindje inrijden maar de mooiste delen zijn enkel te voet bereikbaar via een heel technisch pad.

 Ik keer terug via El Cuervo, na een paar kilometer volgt er een hele steile klim, met stukken van 15%, naar het dorpje Cuesta del Rato. Nadien blijft het gestaag klimmen tot bijna 1500 meter. Het landschap is hier helemaal anders: rode aarde en grillige rode rotspartijen.

Na 30 km kom ik aan een wegwijzer naar Peña de la Cruz,  een uitkijkpunt op 1535 m hoogte en tevens een strategische plek tijdens de burgeroorlog. Ik voel me goed en besluit om de 2 km steile klim te nemen. Ik heb er geen spijt van want ik word beloond met een immens uitzicht op de Sierra de Albarracín.

Het is nog 20 km naar Albarracin en het gaat nu vooral in dalende lijn. Ik rij door de Pinares de Rodeno een beschermd natuurgebied met uitgestrekte dennenbossen. Het roodachtige landschap en rotsen zijn uniek en heel goed gekend voor de beoefening van rotsklimmen. Ze komen hier klimmen van over heel Europa

Op een parking maak ik kennis met een Oostenrijkse rotsklimmer. Ik zie hier regelmatig mensen optrekken met een soort dikke matras op hun rug. Het is het moment om eens uit te vissen wat ze daarmee doen. De Oostenrijker lost het mysterie op; die matrassen leggen ze aan de voet van de rots en dienen als bescherming als de klimmer valt.

Na een goeie 50km kom ik aan op de camping in Albarracin. Henry staat nog netjes op zijn plaats. Er is keuze genoeg om een mooi plaatsje te vinden want het is zeer rustig op de camping.

Het restaurant van de camping is vandaag gesloten en het eerste idee om in het stadje iets te gaan eten laat ik varen, ik zal zelf wel iets klaarmaken met de overschotjes die ik nog heb.

Dit is dan het einde van mijn onvergetelijke trip door de Montañas Vacías.

Hieronder de volledig afgelegde route;

Volledige route
PDF – 4,0 MB 29 downloads

Donderdag 19 oktober


Het idee was om vandaag nog een lus te fietsen in Albarracin maar het weer zal veranderen en ik heb geen zin om in de regen te rijden.

Ik zal alvast noordwaarts vertrekken richting Pyreneeën. Ik zal de route Zaragoza – Pau nemen om terug naar Frankrijk te rijden. Ik vind het een fijn idee om eens de Col de Somport op te rijden.

Naarmate de route vordert begint het steeds meer te regenen. Ik zal kamperen op Camping Valle de Tena in Sabiñánigo.

Het is niet zeker of het restaurant aan de camping open is, dus doe ik inkopen in de Mercadona een gigantische winkel in Sabiñánigo. 

Ik sta nagenoeg alleen op de camping, die voor 75 % bestaat uit sta-caravans.

Het blijft de hele tijd regenen, gezellig is wat anders. Gelukkig is het restaurant open, maar ook hier zit ik moederziel alleen.

Het eten is slecht en er knalt loeiharde Spaanse rapmuziek uit de boxen... ze willen mij hier zo snel mogelijk buiten denk ik

Vrijdag 20 oktober 


Ik heb deze nacht beneden geslapen, met al die regen heb ik het pop-up dak niet opgetild. Dat geeft ook het voordeel dat ik sneller kan vertrekken want veel valt hier niet te beleven.

Ik had graag de Pyreneeën overgestoken via de Col du Portalet maar met die mist en regen zal er toch niets te zien zijn. Ik zal dan maar de route via Jaca en de 8 km lange tunnel onder de Col du Somport nemen.

De weg van Jaca en de tunnel tot in Frankrijk is heel mooi en breed. Eens in Frankrijk is dat heel wat minder, 25 km afdalen op een smalle en kronkelende weg.

Ik zou willen overnachting op Camping Futur in Poitiers, de camping waar ik op de heenreis heb vertoeft. Dat is in totaal 600 km, we zien wel of het lukt.

Het gaat vlot en rond 18:00 u ben ik op camping Futur in Avanton bij Poitiers.

Ik reserveer in restaurant La crée'Pierre op 1 km van de camping. Het is soort pannenkoeken/pizza-restaurant. Ze zijn er zeer vriendelijk en mijn grote “Pannenkoeken-Hamburger” smaakt lekker.

De afdaling van de Somport in Frankrijk ; een smalle en kronkelende weg.

Restaurant La crée'Pierre, grote porties maar toch smakelijk.

Zaterdag 21 oktober 


Het is 600 km naar huis, dat is best te doen, het gaat overal vlot, enkel in Parijs loopt het wat stroever.

Ik ben terug thuis en alles is perfect verlopen!